4.3. Bestanden klaar maken om van een USB-geheugenstick op te starten

Om een USB-stick klaar te maken, raden we aan om een systeem te gebruiken waarop GNU/Linux reeds actief is en dat USB ondersteunt. Op de huidige GNU/Linux-systemen zou de USB-stick automatisch herkend moeten worden als u hem in de USB-aansluiting plaatst. Als dat niet gebeurt, moet u nagaan of de kernel-module usb-storage geladen is. Als u de USB-stick in de aansluiting plaatst, zal hij herkend worden als een apparaat met als naam /dev/sdX, waarbij de X een letter is uit het bereik a-z. U kunt nagaan als welk apparaat de USB-stick herkend werd, door het commando dmesg uit te voeren nadat u de stick in de aansluiting plaatste. Om naar uw stick te kunnen schrijven, kan het nodig zijn om het schakelaartje dat hem tegen schrijven beveiligt, op uit te zetten.

[Waarschuwing] Waarschuwing

De procedures die in dit deel beschreven worden zullen alles wat al op het apparaat staat, verwijderen! Vergewis u er dus heel goed van dat u de correcte apparaatnaam gebruikt voor uw USB-stick. Indien u de verkeerde apparaatnaam gebruikt, kan het resultaat zijn dat alle informatie op bijvoorbeeld een harde schijf, verloren gaat.

4.3.1. Een USB-stick klaar maken met een hybride CD/DVD-image

Debian installatie-images kunnen nu rechtstreeks naar een USB-stick geschreven worden, wat een erg gemakkelijke manier is om een opstartbare USB-stick aan te maken. Kies gewoon een image (zoals het netinst, CD, DVD-1 of netboot-image) dat past op uw USB-stick. Ga naar Paragraaf 4.1, “Officiële Debian GNU/Linux installatie-images” om een installatie-image op te halen.

Als een alternatieve mogelijkheid voor zeer kleine USB-sticks van slechts enkele megabytes groot, kunt u het mini.iso-image uit de netboot-map downloaden (op de in Paragraaf 4.2.1, “Waar u installatiebestanden kunt vinden” vermelde plaats).

Het installatie-image dat u kiest, moet rechtstreeks naar de USB-stick geschreven worden. Daarbij wordt de huidige inhoud ervan overschreven. Bijvoorbeeld, als u een bestaand GNU/Linux-systeem gebruikt, kan het imagebestand op de volgende manier naar een USB-stick geschreven worden, nadat u er zich eerst van vergewist heeft dat de stick niet aangekoppeld is:

# cp debian.iso /dev/sdX
# sync

Informatie over hoe dit op andere besturingssystemen moet gebeuren, is te vinden in de Debian CD FAQ.

[Belangrijk] Belangrijk

Het image moet geschreven worden op het volledige schijfapparaat en niet op en partitie, bijvoorbeeld /dev/sdb en niet /dev/sdb1. Gebruik geen gereedschap zoals unetbootin dat aan het image veranderingen aanbrengt.

[Belangrijk] Belangrijk

Voor de meeste gebruikers zou het op deze manier eenvoudig wegschrijven van een installatie-image naar USB goed moeten werken. De hierna volgende andere mogelijkheden zijn complexer en hoofdzakelijk bedoeld voor mensen met specifieke behoeftes.

Het hybride image op de stick neemt niet alle opslagruimte in beslag. Het kan dus de moeite waard zijn om in overweging te nemen om de vrije ruimte te gebruiken om er firmwarebestanden of -pakketten op te plaatsen of desgewenst andere bestanden. Dit kan nuttig zijn indien u slechts één stick heeft of alles wat u nodig heeft op één apparaat wilt houden.

Maak een tweede FAT-partitie aan op de stick, koppel de partitie aan en kopieer of pak de firmware ernaartoe uit. Bijvoorbeeld:

# mount /dev/sdX2 /mnt
# cd /mnt
# tar zxvf /pad/naar/firmware.tar.gz
# cd /
# umount /mnt

Misschien heeft u de mini.iso naar de USB geschreven. In dat geval moet de tweede partitie niet gecreëerd worden, omdat ze al aanwezig zal zijn, wat erg handig is. De USB-stick uit de aansluiting halen en ze er terug insteken, zou de twee partities zichtbaar moeten maken.