Hoofdstuk 5. Het installatiesysteem starten

Inhoudsopgave

5.1. Het installatiesysteem starten op 64-bit ARM
5.1.1. De configuratie van de console
5.1.2. De installatie op Juno
5.1.3. De installatie op Mustang van Applied Micro
5.1.4. Opstarten via TFTP
5.1.5. Opstarten vanaf een USB-geheugenstick met UEFI
5.1.6. Het grafische installatiesysteem
5.2. Toegankelijkheid
5.2.1. Frontend voor het installatiesysteem
5.2.2. Apparatuur op een kaart
5.2.3. Een stijl met verhoogd contrast
5.2.4. Zoomfunctie
5.2.5. Expertmodus, reparatiemodus, geautomatiseerde installatie
5.2.6. Toegankelijkheid van het geïnstalleerde systeem
5.3. Opstartparameters
5.3.1. Opstart met seriële console
5.3.2. Parameters voor het installatiesysteem van Debian
5.3.3. Het gebruik van opstartparameters om op vragen te antwoorden
5.3.4. Parameters doorgeven aan kernelmodules
5.3.5. Kernel modules op een zwarte lijst plaatsen
5.4. Probleemanalyse bij het installatieproces
5.4.1. Betrouwbaarheid van optische media
5.4.2. De configuratie van het opstartproces
5.4.3. De meldingen bij het opstarten van de kernel interpreteren
5.4.4. Installatieproblemen rapporteren
5.4.5. Installatierapporten insturen