A.3. De installatie

Nadat het installatiesysteem opgestart is, zult u begroet worden door een openingsscherm. Druk op Enter om op te starten of lees de instructies voor andere opstartmethodes en parameters (zie Paragraaf 5.2, “Opstartparameters”).

Na een poosje zal u gevraagd worden uw taal te selecteren. Gebruik de pijltjestoetsen om een taal te kiezen en druk op Enter om voort te gaan. Daarna zal u gevraagd worden uw land te selecteren uit een lijst van mogelijke landen waarin uw taal gesproken wordt. Indien uw land niet in die verkorte lijst voorkomt, kunt u een lijst krijgen van alle landen ter wereld.

U zult mogelijk de indeling van uw toetsenbord moeten bevestigen. Kies voor de voorgestelde optie tenzij u een betere mogelijkheid kent.

Nu kunt u rustig achteroverleunen terwijl het installatiesysteem van Debian nagaat welke hardware u heeft en de rest van het installatie-image ophaalt.

Daarna zal het installatiesysteem uw netwerkhardware trachten te herkennen en het netwerk instellen met behulp van DHCP. Indien u zich niet in een netwerk bevindt of geen DHCP heeft, zult u de kans krijgen om het netwerk handmatig te configureren.

Na het instellen van het netwerk volgt het aanmaken van gebruikersaccounts. Standaard wordt u gevraagd om een wachtwoord in te geven voor het account van root (de systeembeheerder). Er wordt ook naar de informatie gevraagd die nodig is om een account aan te maken voor een gewone gebruiker. Indien u geen wachtwoord opgeeft voor gebruiker root, zal dat account gedeactiveerd worden en zal later het sudo-pakket geïnstalleerd worden om het mogelijk te maken om beheerstaken uit te voeren op het nieuwe systeem. Standaard zal de eerste gebruiker die aangemaakt wordt op het systeem de toelating hebben om het commando sudo te gebruiken om gebruiker root te worden.

De volgende stap is het instellen van de klok en de tijdzone. Het installatiesysteem zal proberen contact te maken met een tijdserver op het internet om er voor te zorgen dat de klok juist ingesteld wordt. De tijdzone wordt gebaseerd op het land dat u eerder selecteerde en enkel wanneer het land meerdere tijdzones heeft, zal het installatiesysteem u vragen er een te selecteren.

Nu is de tijd aangebroken om uw schijven in te delen. Eerst zult u de mogelijkheid krijgen om automatisch een volledige harde schijf of alle vrije ruimte op een schijf in te delen (zie Paragraaf 6.3.4.2, “Begeleide schijfindeling”). Dit wordt aanbevolen voor nieuwe gebruikers en voor wie gehaast is. Indien u de automatische schijfindeling niet wenst, kiest u in het menu voor Handmatig.

Op het volgende scherm krijgt u de partitietabel te zien, hoe die partities geformatteerd zullen worden en waar ze zullen aangekoppeld worden. Selecteer een partitie als u die wilt wijzigen of verwijderen. Indien u voor automatische schijfindeling koos, zult u in het menu enkel kunnen kiezen voor De schijfindeling afronden en de wijzigingen wegschrijven naar schijf om op die manier toe te passen wat het systeem instelde. Denk eraan om minstens een partitie voor te behouden voor wisselgeheugen (swap space) en een partitie aan te koppelen op /. Voor meer gedetailleerde informatie over het gebruik van het schijfindelingssysteem, kunt u terecht in Paragraaf 6.3.4, “Schijfindeling en selectie van aankoppelpunten”. De appendix Bijlage C, Schijven indelen voor Debian bevat meer algemene informatie over het indelen van schijven.

Nu formatteert debian-installer uw partities en begint met de installatie van het basissysteem. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Hierop volgt de installatie van de kernel.

Het eerder geïnstalleerde basissysteem resulteert in een werkende, maar erg minimale installatie. Om een meer functioneel systeem te bekomen, kunt in de volgende stap extra pakketten installeren via het selecteren van taken. Vooraleer er pakketten geïnstalleerd kunnen worden, moet apt geconfigureerd worden, omdat dit definieert waar de pakketten zulle opgehaald worden. De taak Standaardsysteem wordt standaard geselecteerd en moet normaal gesproken geïnstalleerd worden. Selecteer de taak Desktopomgeving als u na de installatie over een grafische werkomgeving wilt beschikken. Raadpleeg Paragraaf 6.3.6.2, “Software selecteren en installeren” voor bijkomende informatie over deze stap.

De laatste stap bestaat uit het installeren van een opstartlader. Indien het installatiesysteem andere besturingssystemen aantreft op uw computer, zal het die toevoegen aan het opstartmenu en u hierover informeren.

debian-installer zal u nu laten weten dat de installatie afgerond is. Verwijder de CD of een ander opstartmedium en druk op Enter om uw computer opnieuw op te starten. Deze zou nu moeten opstarten in het pas geïnstalleerde systeem en u de mogelijkheid bieden in te loggen. Dit wordt toegelicht in Hoofdstuk 7, De computer opstarten met uw nieuwe Debian systeem.

Als u meer informatie nodig heeft over het informatieproces, raadpleeg dan Hoofdstuk 6, Het Debian installatiesysteem gebruiken.